Rockstar biopics Keith Richards Michael Jackson Barry Hay
Rockstar biopics Keith Richards Michael Jackson Barry Hay

Eindelijk komt de langverwachte Freddie Mercury-film Bohemian Rhapsody deze week de bioscopen binnen rocken. Mocht deze biopic een succes worden, dan krijgen we geheid nog een paar grote muziekfilms voor onze kiezen de komende tijd. Als dat gebeurt, dan doen we hierbij graag een paar suggesties met vijf muzieklegendes die ook een eigen film verdienen:

5 – Barry Hay
Laten we dan meteen beginnen met de beroemdste Nederlandse rockzanger die er is, en dat is natuurlijk Barry Hay van de Golden Earring. Journalist Sander Donkers schreef in 2016 een ijzersterke biografie over de frontman van de Haagse rockgroep, waar je zo een meeslepende muziekfilm van zou kunnen maken. De vertelvorm is een soort raamvertelling, wat in een film uitstekend zou kunnen werken; de schrijver gaat bij Barry thuis op bezoek in Curaçao en weet vervolgens niet wat hem overkomt als hij het alledaagse leven van een rockster van dichtbij meemaakt. Ook bevat Hay’s levensverhaal veel drama waardoor het boek leest als een filmscript. Verfilmen dus! En wie zou Barry moeten spelen? Wat te denken van Fedja van Huêt, die eveneens zo’n kenmerkende zwarte krullenbol heeft?

 

4 – Keith Richards
De onverslijtbare Stones-gitarist wordt al sinds de jaren tachtig gekscherend “het medisch wonder van de 20e eeuw” genoemd. Want als je kijkt naar wat deze ouwe rocker in de jaren zeventig alleen al aan drank en drugs heeft versleten, dan zou hij eigenlijk allang onder de groene zoden moeten liggen. Zelfs zijn persoonlijke dealer Tony Sanchez schreef later nog een autobiografie over zijn tumultueuze periode als Keith’s nachtapotheker. Een film over “Keef” zou zich het beste af kunnen spelen rond de opnames van Exile On Main Street, toen de gitarist er het ergst aan toe was. Natuurlijk moet dit een rol voor Johnny Depp worden, wiens beroemdste personage Jack Sparrow immers op Keith gebaseerd is.

More content below the advertising

 

3 – David Lee Roth
Als het gaat om rock & roll-excessen zijn er weinig artiesten die het zo bont hebben gemaakt als Van Halen-zanger David Lee Roth. Zijn hilarische autobiografie ‘Crazy From The Heat’ zit wel zo stampvol met seks, drugs en rock & roll dat een verfilming wel eens de Wolf Of Wall Street der muziekfilms zou kunnen opleveren. De hyperactieve Roth zat vol met humor, en vol met kwajongensstreken. Het verhaal dat de groep op hun lijst met podium-vereisten had staan dat er nergens bruine M&M’s backstage mochten rondslingeren werd een rock & roll-legende, maar toch had het een praktisch doeleinde: het was een test om te kijken hoe precies de zalen met de vereisten van de band omgingen. Als de band even niet aan het toeren was dan ging Diamond Dave op avontuur in het Amazone-regenwoud of in het onherbergzame Papua Nieuw Guinea. Volop materiaal dus voor een boeiende biopic.

,

 

2 – Michael Jackson
Na een film over Queen en een film over de man die zich “The real Queen of England” noemt wordt het tijd voor een film over de King of Pop: Michael Jackson. In de jaren tachtig groeide hij uit in rap tempo uit tot de populairste solo-popster die er ooit geweest is (sorry Elvis-fans), waarna zijn sterstatus vanaf de jaren negentig afnam door alle beschuldigingen dat hij een iets te intieme kindervriend zou zijn. Nog steeds is het niet duidelijk wie Michael Jackson precies was, en wat er nou allemaal wel en niet waar is van de bizarre verhalen rondom zijn persoon. Mocht daar ooit duidelijkheid over komen, dan moeten ze zijn stormachtige verhaal zo snel mogelijk verfilmen. Wie zou de King of Pop moeten spelen? Het eerst denken we dan aan zijn officieuze troonopvolger Bruno Mars, alhoewel komiek Keegan Michael Key ook wel een hele goede imitatie van Michael weggeeft.

 

 

1 – Led Zeppelin
Terwijl de mannen van Led Zeppelin zongen over goden als Thor leefden zij er zelf op los als absolute rockgoden. De beruchte band en hun krankzinnige crew gingen in de jaren zeventig zo hard tekeer dat er niet alleen een boek verscheen over de manager, maar er ook nog een apart boek uitkwam van hun louche tourmanager Richard Cole. Manager Peter Grant had het postuur van The Mountain uit Game of Thrones, en de overredingskracht van “The Man Who Led Zeppelin” veranderde de muziekindustrie: voor de komst van Grant kregen promotors 90% van de gage en moesten bands het doen met 10%. Nadat hij zijn stempel op de zaken drukte was deze verhouding voortaan precies omgekeerd. Daarnaast gingen de bandleden zelf helemaal op in het rocksterrenbestaan; vooral de lompe drummer John Bonham feestte erop los en liet een spoor van verwoeste hotelkamers achter. Wij denken dat Tom Hardy hier wel een Oscarwaardige rol van zou kunnen maken.


Ook hun gestoorde crewleden konden er wat van, je hoeft maar te googlen op ‘Led Zeppelin red snapper’ om te begrijpen wat we bedoelen. Het wangedrag van enkele agressieve roadies zorgde er uiteindelijk voor dat de band in Amerika niet meer welkom was, wat het einde van de band inluidde. Zo lang de heren nog leven zit een biopic er waarschijnlijk niet in, want gitarist Jimmy Page wil vast niet dat er aan de grote klok gehangen wordt hoe hij een relatie met een minderjarige groupie had die hij thuis opsloot, zodat het geen PR-probleem zou opleveren. En dat beruchte verhaal valt toch moeilijk weg te laten. Maar mocht we ooit een film krijgen over deze rockband die ook wel bekend staat als The Hammer of The Gods, dan wordt het de Goodfellas onder de muziekfilms.