Fotograaf
Koen van Weel/ANP
André Hazes

Elke maand geeft André Hazes ons een kijkje in zijn turbulente bestaan. Deze keer: het gevoel nooit uitgeleerd te zijn.

Ik reed net voorbij een dichte schoolpoort en stelde me die blije, jonge koppies voor die nu genieten van hun schoolvakantie. Daarop dacht ik terug aan mijn eigen schooljaren. Ik gok dat ik alle schoolbanken van Almere, Loenen en Vinkeveen heb gezien, want ik zat niet op één, maar op zeven scholen.

Ik was een absurd druk ventje en dat zorgde voor veel gezeik in de klas, nablijven tot aan het avondeten en wisselen van scholen. Voor de juffen en meesters moet ik bloedirritant zijn geweest, want dit rotzakkie haalde graag kattenkwaad uit. Ik herinner me ook de door mij gevreesde topografietoetsen. Moest ik net naar bed, zei ik dat ik nog alle provincies uit mijn kop moest leren. Dat kon ik twee keer flikken, de derde keer riep mijn pa: ‘Nu naar je nest jij. Je koopt later maar een navigatiesysteem.’

De juf kon er niet om lachen toen ik het haar de volgende dag vertelde. Mijn moeder deed de ouderavonden, dan zat ze op een klein stoeltje te luisteren naar de prestatieverhalen van mij en Rox. Was er stront aan de knikker, dan kwam die ouwe van mij naar school. Soms had-ie al ergens opgetreden. Dan kwam-ie met een biertje te veel op en z’n blouse te ver open geknoopt naar school en sloeg-ie met z’n vuist op tafel. We waren natuurlijk geen doorsnee gezin en onderwijzers wisten niet goed raad met ons.

Article continues after the ad

Mijn eindtoets maakte ik goed. Ik kreeg havo-vwo-advies en het eerste jaar voortgezet onderwijs ging prima. Maar ik ging al gauw meer werken als zanger. Op zondag stond ik tot laat op de bühne, op maandag zat ik in de muziekles. Ik weet nog dat ik tegelijkertijd een nummer 1-hit had met Bedankt, Mijn Vriend en het cijfer 1 haalde voor een muziektoets omdat ik weigerde noten te lezen. Onderwijs is zeg maar niet mijn ding, al wist ik uiteindelijk toch een vmbo-t-diploma te halen. Ik vond dat ik meer leerde van vriendjes op straat. Zoals voor mezelf opkomen en een dikke huid kweken. Ik werd brutaal, maar tegelijkertijd supersociaal.

Uitgeleerd ben je nooit, ik wil me blijven ontwikkelen. Thuis hebben we een klein discussiepunt: Sarah zou het liefst willen dat we Spaans gaan leren omdat haar familie een huis heeft in Spanje, maar ik voel meer voor Italiaans. Bestel ik soepeltjes een ‘cááppuccíííno’ op een Italiaans terras, dan voel ik gewoon dat ik het in me heb, die Italiaanse tongval. Ook in het artiestenvak blijf ik leren. Zo bezoek ik graag shows van collega-artiesten, vooral de shows van Gerard Joling. Hij is de koning in zingen en tussen liedjes door grappige teksten de zaal in slingeren. Hij is echt een talent. Kijkend naar hem denk ik: ik ben never nooit uitgeleerd. En gelukkig maar.