Na het gigantische succes van Bohemian Rhapsody was het een kwestie van tijd voordat we meer muziekbiopics te zien zouden krijgen. Netflix is er met de Mötley Crüe-biopic The Dirt als eerste bij om in te haken op het succes van de Queen-film. Stiekem hadden we gehoopt dat deze verfilming van de gelijknamige geruchtmakende band-autobiografie een soort hardrock-versie van Straight Outta Compton zou worden, maar dat is niet het geval. Toch is The Dirt zeker de moeite waard. Om je verwachtingen wat bij te stellen hier een aantal dingen die ons opvielen aan deze hardrock-biopic:

1 - Sommige castleden lijken voor geen meter, maar toch werkt het

The Dirt wordt vooral verteld door de ogen van bassist Nikki Sixx en drummer Tommy Lee, meteen ook de twee beruchtste bandleden. Sixx wordt gespeeld door de relatief onbekende Douglas Booth, die inderdaad op hem lijkt. Lee wordt echter gespeeld door de tengere rapper Machine Gun Kelly, die voor geen meter op het half-Griekse drumbeest met de grote kinnebakkes lijkt. Toch is hij absoluut op dreef in zijn rol als het oliedomme maar dolenthousiaste feestbeest. Frontman Vince Neil wordt gespeeld door de ook weinig bekende acteur Daniel Webber, die ook voor geen meter op de zanger lijkt - wel doet hij erg denken aan een brilloze versie van Dana Carvey's Garth uit Wayne's World, wat zeker in het begin nogal afleidt.

More content below the advertising

 

2 - Die doodenge Ramsey uit Game of Thrones is zowaar de smaakmaker?!

Een paar jaar geleden dachten we dat het onmogelijk zou zijn om ooit nog naar Iwan Rheon te kijken zonder die sadistische engerd van een Ramsey Bolton uit Game of Thrones voor ons te zien. Na de geflopte Marvel-serie Inhumans is deze film de eerste grote produktie waar hij sinds deze nare rol aan meewerkt. En wat schetst onze verbazing? In zijn rol als gitarist Mick Mars blijkt Rheon de smaakmaker van de film. Mötley Crüe bestond namelijk uit drie totaal doorgeslagen lomperiken die alleen uit waren op seks, drugs en rock & roll (het liefst tegelijk, getuige een scène waarin één van de jongens tijdens een wip een lijntje van de billen van een groupie snuift) en uit een gitarist, die in al dat gefeest geen trek had. Mick Mars heeft dan ook keer op keer een sarcastische opmerking klaar om iedereen op gepaste dan wel ongepaste wijze op zijn plaats te wijzen, en geeft cynisch relativerend commentaar op alle waanzin om hem heen. Alsof de filmmakers via hem lijken te zeggen: “Wij weten ook wel dat dit allemaal onzin is”.

 

3 - De film komt er eerlijk voor het uit dat het niet allemaal zo gegaan is

Net als Bohemian Rhapsody zit The Dirt vol met scènes die in het echt helemaal niet zo gegaan zijn. Rolling Stone heeft al een uitvoerige factcheck gedaan. Maar in tegenstelling tot die foutrijke Freddie-film komt The Dirt er gewoon voor uit dat ze sommige dingen in de film anders laten zien. Bandleden richten zich als Deadpool rechtstreeks tot de kijker, en als bijvoorbeeld hun manager Doc McGhee (Gale Boetticher uit Breaking Bad!) op een uit de hand gelopen feestje ingrijpt, wordt er eerlijk bij verteld dat die daar nooit geweest was.

 

4 - De toon is soms een beetje zoek, zeker als het duister wordt

Na jaren feesten krijgt de band eind jaren tachtig ineens de rekening gepresenteerd voor hun losbandig gedrag. Niet alleen met de band zelf, maar ook met de film gaat het hier mis. Tot dat moment is The Dirt namelijk één stout jongensboek, maar ineens verandert de toon en wordt het behoorlijk duister en serieus. Hetzelfde gebeurde in Bohemian Rhapsody ook, maar werd in die film heel goed aangepakt door de overgang geleidelijk te vertonen. Hier is het ineens pats-boem helemaal foute boel. Die abrupte overgang komt misschien ook omdat het verhaal in zeer korte tijd heel veel wil vertellen. Dat brengt ons bij het volgende punt.

5 - De film is te kort

The Dirt is met 107 minuten aan de korte kant, en er wordt dan ook soms flink haast gemaakt. Na de scène waarin ze hun platencontract krijgen wordt bijvoorbeeld meteen vooruit geschakeld naar de tour voor hun tweede album. De film wekt de indruk dat er heel veel scènes op de vloer van de montagekamer zijn blijven liggen. Zo komt een grote naam namelijk helemaal niet voor in de film:

6 - Pamela Anderson is nergens te bekennen

Ook al komt het huwelijk tussen Tommy Lee en Heather Locklear wel aan bod, over het stormachtige huwelijk dat deze drummer later met Pamela Anderson had wordt met geen woord gerept. Dat is wel opmerkelijk, aangezien mensen die niet met rockmuziek bezig zijn Mötley Crüe toch vooral kennen als “die band waarvan de drummer trouwde met Pamela Anderson”. De rocker en het Playboy-model hadden wel zo'n bizarre knipperlichtrelatie dat ze daar al een aparte film over zouden kunnen maken. Niet dat dit een vrolijk verhaal zou worden, want Tommy Lee hield vaak zijn handjes niet thuis. En dat brengt ons bij het laatste punt.

7 - The Dirt is écht de Jackass-versie van Bohemian Rhapsody

Als er stelletjes zijn die denken “Bohemian Rhapsody vonden we superleuk, dus deze gaan we ook samen kijken”, dan is een waarschuwing misschien op zijn plek. The Dirt is behoorlijk vrouwonvriendelijk, want vrijwel alle vrouwen die in de film voorkomen zijn groupies die zich meteen gretig aan de voeten van de bandleden gooien. En dat voelt in het #MeToo-tijdperk toch een beetje raar aan. So wie so zit de film wel zo stampvol met seks, drugs, rock & roll, ruige feesten, overdosissen, gesloopte hotelkamers en andere vormen van buitensporig wangedrag dat Netflix met Jackass-regisseur Jeff Tremaine zeker de juiste man heeft gevonden voor dit verhaal. The Dirt is namelijk daadwerkelijk de Jackass-versie van Bohemian Rhapsody geworden. En dat zal vanaf het begin de bedoeling geweest zijn. Missie geslaagd.