‘Mijn collega’s stonden niet te springen’

Halverwege de jaren ’90 verliet zijn personage Mark de Moor het soapdorp Meerdijk om samen met zijn grote liefde het geluk op te zoeken in het Italiaanse Toscane. Ruim 23 jaar later keert het stel vanavond terug.

More content below the advertising

Maar eerst even terug naar de hysterie in de jaren negentig. Trok je het een beetje?

‘Op woensdagmiddag stonden er tachtig, negentig jongens en meisjes bij de studio voor een handtekening. Onder leiding van de security werden wij naar onze auto’s gebracht. Ik weet nog dat Joop van den Ende mij als waarschuwing meegaf: ‘Realiseer je dat je niet meer in een tram kunt zitten.’ Het was pittig om daar onvoorbereid in terecht te komen. Dat heb ik niet altijd even fijn en makkelijk gevonden.’ 

Wat dacht je toen je gevraagd werd voor een comeback?

‘Ik was gevleid. Alles wat ik de afgelopen jaren voor televisie heb gedaan (voornamelijk presenteren), is begonnen bij GTST. Maar het was niet iets waar ik onmiddellijk zelf over nadacht.’ 

Het stond niet op je wishlist?

‘Je hebt daar natuurlijk weleens over als je oud-collega’s terug ziet komen. En toen ineens kwam dit telefoontje. Qua timing is het niet zo handig geweest. Ik heb tweeënhalf jaar geleden restaurant Hangar in Amsterdam geopend. Mijn collega’s stonden niet te springen toen ik ze over mijn plannen vertelde. Dus ik heb er goed over na moeten denken.’

Hoe was het om weer op de set te staan?

‘De eerste paar weken dacht ik: twintig scènes, serieus? Hoe ga ik dat in godsnaam in mijn hoofd stampen? Gelukkig zijn daar allerlei trucjes voor. Het grappige is dat er in al die jaren eigenlijk niets veranderd is, behalve dat er andere gezichten zijn. Het is topsport. De serie weet na al die jaren nog steeds anderhalf miljoen mensen te trekken. Dat is onvoorstelbaar.’

Tot slot. Maakt je ontblote torso nog een cameo? Dat was toch een beetje jouw handelsmerk.

‘Hm, moet dat dan? Ik was toen een tieneridool hè. En oh ja, dat moeten we niet vergeten: een wedstrijdzwemmer. Ik heb niets om me voor te schamen, maar om nou zo nadrukkelijk voor de camera’s te gaan staan.’