In Jurassic Park worden dinosauriërs die al miljoenen jaren zijn uitgestorven opnieuw tot leven gewekt met behulp van genetische manipulatie. Maar in hoeverre kunnen we ons in de toekomst echt vergapen aan de monsters uit het verleden?

More content below the advertising

T-rex

Dit jaar viert Jurassic Park alweer zijn vijfentwintigste verjaardag. In deze avonturenfilm van Steven Spielberg wordt een safaripark gebouwd waar de gebruikelijke leeuwen en giraffen zijn vervangen door raptors, triceratopsen en tyrannosaurussen. Dat klinkt niet echt als een waterdicht plan en het duurt dan ook niet lang voordat de eerste bezoekers moeten rennen voor hun leven om niet tussen de kaken van een losgebroken T-Rex te belanden! Jurassic Park groeide uit tot een klassieker en won niet minder dan drie Oscars, waaronder natuurlijk voor de baanbrekende speciale effecten.

Mug

Maar het waren niet alleen de revolutionaire effecten die de film tot op zekere hoogte best geloofwaardig maakten. Zo klonk het tot leven wekken van de miljoenen jaren uitgestorven dieren niet eens zo heel vergezocht. In het scenario wordt het wetenschappelijke wonder namelijk als volgt uitgelegd: de knappe koppen van het safaripark hebben dinosaurusbloed onttrokken uit een mug die bewaard was gebleven in een barnstenen fossiel. Met het dna dat in dat bloed zat konden de dino’s worden gekloond.

Dna

Dat klinkt voor leken zoals wij best aannemelijk. Maar in hoeverre is het nu echt mogelijk om dieren die al jaren zijn uitgestorven opnieuw tot leven te wekken met behulp van dino-dna? Het antwoord is zowel teleur- als gerustellend: het is onmogelijk! En de reden daarvoor ligt eigenlijk heel erg voor de hand. Er is namelijk simpelweg geen dinosaurusbloed meer voorhanden om mee te experimenteren. Zelfs onder ideale omstandigheden is dna na anderhalf miljoen jaar niet meer leesbaar. Aangezien dinosauriërs ongeveer 66 miljoen jaar geleden aan hun einde kwamen, valt er dus weinig meer te halen voor wetenschappers die willen knutselen met dino-dna.

Ondenkbaar

In 2013 werd de hoop van dino-fans definitief de grond ingeboord. Ondanks het gebruik van de nieuwste technieken, kregen onderzoekers van de Universiteit van Manchester het namelijk niet voor elkaar om dna te onttrekken uit gefossiliseerde insecten in tienduizend jaar oud kopal (halfgefossiliseerde hars). Het is dus ondenkbaar dat veel oudere, in barnsteen gefossiliseerde, insecten nog wel bruikbaar dna zouden bevatten. Genetisch materiaal kan domweg niet zo lang intact blijven in hars.

Mammoeten

Voorlopig nog even geen dino’s in de Beekse Bergen dus, maar er is nog wel een sprankje hoop voor fans van Jurassic Park. Hoewel de dino’s te lang geleden zijn uitgestorven om daar bruikbaar dna uit te halen, geldt dat niet voor de mammoeten. Deze wollige voorlopers van de olifant kwamen 4000 jaar geleden aan hun einde door klimaatverandering. Dat is recent genoeg om goede dna-sporen veilig te stellen. Over de hele wereld zijn dan ook verschillende wetenschappers bezig om deze prehistorische wezens weer tot leven te wekken met behulp van kloontechnieken. Maar zoals Jeff Goldbum al opmerkte in Jurassic Park, op een of andere manier klinkt het nog steeds als 'the worst idea in the long, sad history of bad ideas'.